Je scant de straat al van een afstand. Hond in de verte, andere kant op. Je houdt de riem iets strakker, je ademhaling verandert, je hond voelt het. Een reactieve hond aan de lijn maakt van elke wandeling een opgave. Wat er daarna gebeurt weet je al. Je bent voorzichtiger geworden, soms gewoon moe van de voorbereiding die elke wandeling vraagt. Wat de meeste eigenaren niet weten: de naam die anderen aan dit gedrag geven, klopt waarschijnlijk niet. En dat heeft gevolgen voor alles wat je daarna probeert.
Wat er in het brein van een reactieve hond gebeurt
Een reactieve hond reageert overdreven op prikkels die andere honden nauwelijks opmerken. Van buitenaf ziet het eruit als agressie of ongehoorzaamheid. Van binnenuit is het een zenuwstelsel dat de stressdrempel heeft overschreden.
Patricia McConnell beschreef in The Other End of the Leash (2002) het drempelconcept: elke hond heeft een grens waarboven hij niet meer kan nadenken. Voorbij die grens is er geen training mogelijk, alleen reactie. Dat verklaart ook waarom eigenaren wanhopig worden. Ze trainen op momenten dat hun hond neurobiologisch gezien niet in staat is om te leren.
Karen Overall werkte dit uit via het stressvat-model: elke stressor van die dag vult het vat een beetje. Slaaptekort, een drukke ochtend, een passerende fietser. Als het vat vol is, loopt het over bij de kleinste aanleiding. Dezelfde hond kan maandag drie honden passeren zonder reactie en dinsdag al exploderen om de hoek. Het verschil zit niet in de hond, maar in hoe vol zijn vat was (Manual of Clinical Behavioral Medicine for Dogs and Cats, 2013).
Reactiviteit is niet wat mensen denken
Cooper et al. (2014) bevestigden dat gedwongen blootstelling, de hond naar de trigger toe lopen of hem laten blijven, angst- en vermijdingsgedrag significant vergroot (Journal of Veterinary Behavior, 9, 364–372). Toch is "gewoon doorlopen" nog steeds het meest gegeven advies op straat.
Reactiviteit is geen dominantie. Een hond die uitvalt naar een andere hond probeert niet te overheersen. Hij heeft simpelweg geen andere uitweg dan reageren. Reactiviteit is ook niet per se slechte opvoeding. Het heeft meerdere oorzaken, waaronder genetische aanleg, onvoldoende vroege socialisatie of eerdere nare ervaringen.
Cafazzo et al. (2014) toonden aan dat honden in de vrije natuur ontmoetingen altijd indirect opbouwen, via gedeelde activiteiten en laterale beweging, nooit frontaal (Behavioural Processes, 103, 300–308). Frontale ontmoetingen aan de lijn sluiten de normale communicatie af. Dat is waarom ze zoveel spanning oproepen.
Wat je vandaag kunt doen
Bepaal de werkafstand van jouw hond: de afstand waarop hij de trigger waarneemt en nog ontspannen blijft. Dat is het punt waarop zijn oren iets bewegen en hij kijkt, maar hij bevriest niet en blaft niet. Oefen de komende week uitsluitend op die afstand of verder. Niet dichterbij, ook al lijkt het veilig. Elke rustige ontmoeting op de juiste afstand is meer waard dan tien moeilijke situaties die "ook goed gingen".
Die eigenaar die de straat afspeurde hoeft dat niet voor altijd te doen. Reactiviteit verdwijnt vaak niet volledig, maar het wordt beheersbaar, en dat is een realistisch en waardevol doel. Wat mij heeft verrast in al het onderzoek: de aanpak begint niet bij de trigger. Het begint bij het vat.
